De doop en wat dan?

‘Wie zegt in Hem te blijven, moet ook zelf zo wandelen als Hij gewandeld heeft.’*
Wandel met Jezus!…

‘Wie zijn broeder liefheeft, blijft in het licht, en er is in hem niets dat anderen doet struikelen.’*
Haat verdrijft nimmer haat.

‘Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem.’* (*1 Johannes 2:6,10,15.)
Wel in de wereld maar niet van de wereld.
Je bent niet het brein maar hebt een brein.
Je hebt geen ziel maar bent een ziel.

Afbeelding van Sasin Tipchai via Pixabay

Dwaalleer

Zeggen dat God en de wereld een zijn.
De wereld bevat het element tijd. De wereld is in conflict. De wereld is beperkt. De wereld is niet heilig.
Als de wereld een bonk klei is, is alles wat van de wereld is slechts klei en op die manier een met de wereld.
Dat wat we bewustzijn en liefde noemen, is niet van deze wereld.
Je hebt een brein maar bent bewustzijn.
God is niet van deze wereld maar wel in de wereld. De wereld zoekt God niet maar enkel zichzelf, omdat het God niet kent.
Het brein is niet meer dan bewustzijn, staat er niet boven.
Als je God kent, ken je ook de wereld. Dan weiger je je te identificeren met de wereld. Maar je zoekt er geen conflict mee. In liefde bestaat geen afgescheidenheid. Maar liefde is niet van de wereld. Zoals de zon wel op aarde schijnt maar toch er buiten blijft. Het is een dwaalleer om te denken dat het licht van de aarde zelf is.
Zoals een spiegel geen conflict heeft met zijn inhoud, is bewustzijn zijn inhoud. Maar het bewustzijn kan zich ook legen van zijn inhoud en is daarom zelf tijdloos. ‘Je bent de wereld die je waarneemt,’ is dus relatief. Je kunt leeg zijn aan de wereld.

earth-1365995_640

Afbeelding van Arek Socha via Pixabay